Moet Jean-Claude Juncker opstappen?

In de Nederlandse politiek is het heel gebruikelijk dat je verantwoordelijkheid neemt. Als er onder jou leiderschap schandalen, rampen of andere grootschalige problemen ontstaan neem je verantwoordelijkheid door op te stappen. Hoewel Ard van der Steur z’n best doet dit beeld te ontkrachten is hij de uitzondering die de regel bevestigt. Hoe anders is dat in de Europese politiek. De roep om het aftreden van voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker wordt steeds luider. Hij zelf, zijn commissie en het Europees parlement neigen totaal niet naar opstappen (of het dwingen daartoe).

Brexit

Onder Jean-Claude Juncker heeft de Europese Unie meerdere referenda verloren. Dit is niet ongebruikelijk, ook zijn voorgangers verloren alle nationale referenda. Met de Brexit is echter een nieuwe grens overschreden. Juncker gaat de geschiedenis in als de man die de eerste man die Europese Unie uit elkaar liet vallen. De vraag is natuurlijk in hoeverre hij daar verantwoordelijk voor is. Sinds zijn aantreden in 2014 is het percentage van de Britten dat het leiderschap van de Europese Unie afkeurt ongeveer gelijk gebleven. Juncker is er dus niet in geslaagd enig vertrouwen terug te winnen. Het vertrouwen werd overigens grotendeels verloren door zijn voorganger, José Manuel Barroso. Waar hij in beginsel zo’n 37% van de Britten tegen de Europese leiding in het harnas joeg, was dat aan het eind van zijn termijn 57%.
De conclusie kan echter niet anders zijn dan dat Juncker op dit gebied gefaald heeft. Terwijl hij vrijwel het volledige Britse parlement achter zich had, er uitgebreid onderhandeld is en er een uitgebreide campagne over de Brexit heeft plaatsgevonden, is Juncker er niet in geslaagd de Britse afkeur te doen afnemen. Daarmee blijft zijn leiderschap in gebreke. Bovendien zijn Europeanen het over één ding eens: de Brexit is slecht voor Europa.

Economie

Positief punt voor Juncker is de werkeloosheid. Hoewel de daling onder zijn voorganger is ingezet (nadat in april 2013 een absoluut dieptepunt was bereikt) is de werkeloosheid verder gedaald. Met een werkeloosheid van 8,7% in Mei 2016 is het werkeloosheidsniveau weer terug op het niveau van begin van deze eeuw. Ook de jeugdwerkloosheid is gedaald, maar bedraagt nog altijd zo’n 18,8%. Daartegenover staat dat het producenten– en consumentenvertrouwen sinds het aantreden van Juncker is verslechterd, de groei nagenoeg gelijk is gebleven, de koers van de Euro is gedaald en ook beurzen hebben een negatieve lijn te pakken.
Al met al heeft Juncker niet kunnen zorgen voor een trendbreuk in de economische cijfers. Als er al een verandering in de trend te zien is, is dit niet de goede kant op. Zeker gezien het toegenomen budget van de Europese Unie had er meer effect bewerkstellligd moeten zijn, of hadden in ieder geval positieve voortekeken zichtbaar moeten zijn.

Vertrouwen overige landen

In een poll uit 2014 blijkt dat Barosso het vertrouwen in de Europese Unie danig had uitgehold. Het was dan ook hoopgevend dat onder het bewind van Juncker er een licht herstel te zien was. Met de nadruk op was. Inmiddels is gebleken dat het herstel niet meer was dan een korte opleving. De dubbele dip is zichtbaar en de neerwaartse spiraal zet zich voort. Met Griekeland en Frankrijk  als meest ontevreden landen. Opvallend is wel dat het vooral ouderen zijn die ontevreden zijn. Frankrijk spant de kroon. Terwijl een meerderheid van de jongeren tussen 18-34 voorstander is van de EU is dit in de oudste leeftijdscategorie slechts 31%. Samen met Frankrijk zijn de Britten en ons eigen land koploper waar het gaat om de generatiekloof.
Juncker slaagt er niet in de inwoners van diverse landen weer verenigd achter Europa te krijgen. De neerwaartse trend van zijn voorganger wordt doorgezet en steeds meer landen kennen meer tegenstanders dan voorstanders van de EU. Bij Junckers aanstelling was bekend dat het heroveren van het vertrouwen in de Europese Unie een belangrijk thema zou worden. De conclusie is simpel, Juncker heeft op dit gebied gefaald.
Kleine sidefact: In Europa zijn er geen landen te vinden waar een meerderheid van de bevolking meer macht naar Brussel wil. Frankrijk en Spanje zijn met zo’n 1 op de 3 kiezers nog het meest voor de overdracht van bevoegdheden. Griekeland is daarentegen in grote meerderheid voor het terughalen van bevoegdheden. In Nederland is er overigens nog geen meerderheid voor het terughalen van bevoegdheden, al scheelt dit met 44% niet veel.

Vluchtelingencrisis

De aanpak van de vluchtelingencrisis laat zich moeilijker beoordelen. Dit is immers meer een moreel vraagstuk, dan dat er een goede of foute oplossing is. Het is daarom ook op dit punt ook het beste om naar de populariteitscijfers te kijken. Juncker is er wel in geslaagd om de Europese Unie in de vluchtelingencrisis te verenigen. Niet in het oplossen ervan, maar in de breedgedragen afkeur van het Europese beleid op dit gebied. In alle Europese landen zijn er overweldigende meerderheden tegen de manier waarop de EU de vluchtelingencrisis aanpakt. Ons eigen land blijkt nog het mildst voor de aanpak, ‘slechts’ 63% keurt het beleid af. De Grieken spannen de kroon, daar is vrijwel niemand te vinden die denkt dat de EU de vluchtelingencrisis goed aanpakt.
Elke leider kent tijdens zijn regeringsperiode één of meerdere thema’s die de periode zullen bepalen. Het is heel goed mogelijk dat de manier waarop Juncker de EU door de vluchtelingencrisis bepalend zal zijn voor zijn nalatenschap. Het is daarom ietwat pijnlijk dat een overweldigende meerderheid het niet met hem eens is.

Uitgavepatroon

 

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*